Onderzoek van de route met aandacht voor mens, natuur en omgeving: dit doen we in MER fase 2
Kelvin Peperkoorn en Heleen Sarink kennen de Noord-Nederlandse omgeving en bodem inmiddels goed. Ze weten waar beschermde soorten zitten, welke watergangen gekruist worden en waar je beter kunt boren dan graven. Al meer dan een jaar werken ze aan MER fase 2, de fase waarin de voorkeursroute van het waterstofnetwerk tot in detail wordt uitgewerkt. Pas na een officieel projectbesluit starten de aanlegwerkzaamheden, naar verwachting in 2027. In dit interview vertellen ze welke onderzoeken nodig zijn en waarom die essentieel zijn voor het besluit.
De waterstofroute in kaart
Voordat er een waterstofnetwerk wordt aangelegd, wordt onderzocht waar dat het beste kan. In Noord-Nederland betekent dat rekening houden met een afwisselend landschap van landbouwgrond, watergangen en natuurgebieden. Dit onderzoek wordt vastgelegd in het milieueffectrapport (MER).*
Het MER bestaat uit twee fases. ‘In fase 1 vergelijk je mogelijke routes,’ zegt Kelvin. ‘In fase 2 is de route die de voorkeur heeft bekend en onderzoek je wat deze route precies betekent voor de bodem, de natuur en de omgeving.’ Dit gebeurt zowel op papier als in het veld. ‘Je kijkt ter plekke: je voert bodemonderzoek uit, en kijkt naar flora en fauna, water, trillingen en geluid,’ zegt Heleen. ‘Zo krijg je een realistisch beeld van de effecten die de aanleg heeft.’
Op basis van het MER en de ontvangen zienswijzen nemen de staatssecretaris van EZK en de ministers van KGG en VRO het projectbesluit. Daarmee wordt de definitieve ligging van de leiding vastgesteld.
* Een MER brengt de gevolgen in beeld van de aanleg van (een deel van) het waterstofnetwerk voor de leefomgeving. Denk aan effecten op natuur, luchtkwaliteit, landschap en geluid, gezondheid en andere effecten op de omgeving.
Van samenstelling van de bodem tot broedende vogels
Voor het landelijke waterstofnetwerk wordt per deelproject en per regio onderzocht wat er speelt in de ondergrond en omgeving. In Noord-Nederland betekent dat kijken naar bodemopbouw, waterhuishouding, natuur en wat er al in de ondergrond ligt. Heleen begeleidt het traject in Groningen, Kelvin in Drenthe, Overijssel en straks ook het westen van het land.
‘We brengen in kaart waar beschermde soorten zitten en hoe we daarmee om kunnen gaan,’ zegt Heleen. ‘Dan werk je bijvoorbeeld op een andere manier. Bij een watergang of kwetsbaar natuurgebied kies je bijvoorbeeld voor een boring in plaats van te graven.’
Ook luchtkwaliteit, stikstofneerslag en archeologie komen aan bod. ‘Stikstof speelt bijvoorbeeld een rol bij afsluiterlocaties: plekken langs de waterstofleiding waar we de leiding kunnen openen of afsluiten voor onderhoud of bij een storing. Tijdens de aanleg vinden hier werkzaamheden plaats die tijdelijk uitstoot veroorzaken, zegt Kelvin. ‘We adviseren hoe we deze effecten beperken of compenseren.’
Ook veiligheid wordt in deze fase onderzocht. ‘Het transport van waterstof voldoet aan dezelfde strenge normen als het transport van aardgas,’ zegt Kelvin. ‘We werken al decennialang met dit soort leidingen onder hoge druk. De eisen zijn helder, de controles zijn strikt en de risico’s zijn goed in beeld. In het MER laten we zien hoe we zorgen voor veilig transport van waterstof, onderbouwd met de resultaten van onze onderzoeken.’
Op alle scenario’s voorbereid
‘Stel dat je in de grond moet boren,’ zegt Heleen. ‘Dan wil je precies weten hoeveel geluid dat veroorzaakt. Ligt de leiding dicht bij woningen of bij een vogelrijk gebied, dan stellen we maatregelen voor om overlast te beperken. Zoals het plaatsen van schermen, of alleen na zonsopkomst en voor zonsondergang werken.’
Daarbij kijken ze naar situaties waarin de impact het grootst kan zijn. ‘Dat doen we bewust. Door uit te gaan van het slechtste scenario, weten we zeker dat de werkzaamheden ook in moeilijke omstandigheden veilig en binnen de regels blijven.’
Die zorgvuldigheid stopt niet na de aanleg. Het MER beschrijft ook hoe de leiding daarna wordt beheerd en gecontroleerd. ‘Als de leiding er eenmaal ligt, vliegt er elke drie weken een helikopter overheen om te controleren,’ zegt Kelvin. ‘Vanuit de lucht zien we wat er boven de leiding gebeurt, zoals graafwerkzaamheden of nieuwe bouwactiviteiten. Dat kan risico’s opleveren voor een ondergrondse leiding. En wie in de buurt wil graven, moet vooraf een KLIC-melding doen. Zo weet iedereen wat er in de grond zit en blijft de omgeving veilig.’
De resultaten van de onderzoeken vormen de basis voor het ontwerp van de waterstofleiding. Op basis van die inzichten wordt per locatie bepaald hoe en waar de leiding het beste kan worden aangelegd en wat daarvoor nodig is. ‘Dat bekijken we per situatie, samen met engineers en aannemers,’ zegt Kelvin. ‘Tegelijkertijd gebruiken we deze informatie om te bepalen welke vergunningen nodig zijn. Daarover stemmen we af met waterschappen, provincies en gemeenten.’
Belangen in beeld
MER-fase 2 vereist een goede samenwerking. Heleen en Kelvin werken onder andere met engineers, ecologen, vergunningverleners en aannemers. ‘Je hebt te maken met veel verschillende onderwerpen en belangen,’ zegt Kelvin. ‘Het is onze taak om die te verbinden, afwegingen te maken en alles samen te brengen in een uitvoerbaar plan.’
‘Dat is ook wat ik er zo leuk aan vind,’ zegt Heleen. ‘Overzicht bewaren over een complex geheel, en er uiteindelijk voor zorgen dat de aanleg van het waterstofnetwerk goed en veilig gebeurt.’
In Noord-Nederland konden dorpsraden en andere belanghebbenden meelezen in een conceptversie van het MER en vragen stellen. Het rapport is op meerdere niveaus getoetst, onder meer door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de Rijkswaterstaat en de onafhankelijke Commissie mer. De uitkomsten van alle onderzoeken samen vormen de basis voor het projectbesluit en de verdere uitwerking richting de aanleg van de leiding.
Waterstof veilig van A naar B
Het opstellen van het MER-fase 2 duurt minimaal een jaar. Het is een fase waarin weinig zichtbaar is, maar waarin de basis wordt gelegd voor alles wat daarna volgt. In Noord-Nederland loopt deze fase nu richting afronding. De verwachting is dat de ontwerp-projectbesluiten voor Waterstofnetwerk Groningen, Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel en het Noordzeekanaalgebied bijna gelijktijdig ter inzage gaan, zodat iedereen daarop kan reageren. Daarna nemen de betrokken ministers per project een definitief besluit. Als alles volgens planning verloopt, start de aanleg van deze projecten vanaf 2027.
‘Dit is de fase waarin we echt zeker willen weten dat we niets over het hoofd zien,’ zegt Kelvin. ‘We kijken opnieuw, scherper en met meer detail. Dat kost tijd, maar het is precies die zorgvuldigheid die straks het verschil maakt.’
‘Als de leiding eenmaal in de grond ligt, zie je hem niet meer,’ zegt Heleen. ‘Maar juist dat laat zien dat al het werk daarvoor zijn waarde heeft gehad: waterstof veilig van A naar B brengen, zonder dat de omgeving daar last van heeft. En daar doen we het voor!’
Nieuws & kennis
17 september 2026
Oosterhout bundelt krachten voor waterstof op Weststad
4 september 2026
Volgende stap Waterstofnetwerk Limburg: onderzoeksplan ter inzage
28 augustus 2026
Werkterrein en uitlegstrook: welke ruimte is er nodig voor het aanleggen van een waterstofleiding?