Waterstofinfrastructuur Noord-Nederland op koers om vraag en aanbod bij elkaar te brengen
De aanleg van het waterstofnetwerk in Noord-Nederland verloopt voorspoedig. We liggen op koers om het noordelijke deel van het landelijke netwerk in het tweede kwartaal van 2029 gereed te hebben. De uitdaging ligt nu bij het van de grond krijgen van productie en afname.
'Ik ben tevreden met de voortgang die we realiseren', zegt Helmie Botter, die bij Gasunie verantwoordelijk is voor het waterstoftransport in Nederland. Hynetwork maakt flinke stappen. In Rotterdam zijn we het verst en zijn de eerste resultaten zichtbaar. 'Daar hebben we de pijpleiding op druk getest, met positief resultaat. Dat traject wordt in de eerste helft van 2026 in gebruik genomen.'
Die Rotterdamse pijpleiding verbindt in eerste instantie de elektrolyser van Shell (Holland Hydrogen 1) met de raffinaderij in Pernis. Tegelijk vormt de leiding het eerste deel van de Delta Rhine Corridor (DRC), de verbinding tussen Rotterdam en het Duitse Ruhrgebied. Voor het westelijke traject van de DRC is op 5 september de projectprocedure gestart. Dat traject loopt van Rotterdam tot Boxtel, waar de nieuwe waterstofleiding op een bestaande leiding zal worden aangesloten, zodat de Nederlandse industrieclusters verbonden zijn met elkaar, met waterstofopslag en met onze buurlanden.
Het waterstofnetwerk vormt een essentiële schakel tussen aanbod en vraag. Het aanbod bestaat uit waterstofimport en waterstofproductie op land en in de toekomst ook op zee. De vraag zal zich vooral concentreren in industrie- en chemieclusters in Nederland, België en Duitsland.
Noord-Nederland krijgt volwaardig netwerk
Ook in Noord-Nederland zitten we niet stil. Er wordt gewerkt aan de waterstofpijpleiding tussen Delfzijl en Eemshaven, het traject naar Ommen en Emmen en het stuk naar de Duitse grens. Dat laatste deel maakt aansluiting mogelijk op het waterstofnet dat onder andere Gasunie in Noord-Duitsland aan het bouwen is. Het Duitse netwerk biedt toegang tot de industrie aldaar, tot Hamburg en Bremen aan toe.
'We liggen op koers om dit deel van het landelijke netwerk in het tweede kwartaal van 2029 klaar te hebben', aldus Botter. Ook de HyStock-waterstofopslag in zoutcavernes bij Zuidwending wordt aangesloten op het pijpleidingnetwerk.
Puzzelen met vraag, aanbod en transport
Omdat de waterstofinfrastructuur in Noord-Nederland volgens planning in 2029 gereed is, terwijl sommige producenten eerder willen starten, worden alternatieve oplossingen verkend. Energiebedrijf RWE is van plan een elektrolyser van 50 megawatt in de Eemshaven te bouwen en wil die graag eerder operationeel hebben. Samen met Groningen Seaports kijkt RWE daarom naar een kickstarter-pijpleiding: een kunststof buis van Eemshaven naar Delfzijl.
Behalve RWE heeft ook Engie plannen voor een elektrolyser, waarmee groene waterstof gemaakt kan worden. Equinor wil graag aardgas omzetten in waterstof, en de CO2 die daarbij vrijkomt afhangen en opslaan. Dat wordt blauwe waterstof genoemd.
Om het industriecluster in Oost-Groningen tijdig van waterstof te voorzien, is Botter met de regionale netbeheerders in gesprek om te kijken hoe deze marktpartijen aangesloten kunnen worden. 'Er is veel potentie, maar het blijft puzzelen hoe we vraag, aanbod en transport gelijktijdig bij elkaar krijgen.'
Stimulering van de markt nodig
Gasunie onderzoekt welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de waterstofmarkt op gang te helpen. Daarbij zijn ook de tarieven van belang die straks voor het transport van waterstof in rekening gebracht worden. Er worden gesprekken gevoerd met het ministerie van Klimaat & Groene Groei over de mogelijkheden voor een nieuw financieringsmodel voor het landelijke netwerk.
'Doordat de waterstofmarkt zich langzamer ontwikkelt dan eerder aangenomen, en doordat de verwachte kosten zijn toegenomen, staan de toekomstige transporttarieven en de risicopositie van Gasunie onder druk', zegt Botter. 'We kijken op dit moment naar oplossingen die lijken op het Duitse model. Dat houdt in dat de investeringen over een langere periode worden uitgesmeerd, waardoor de tarieven stabiel, betrouwbaar en concurrerend worden voor marktpartijen.'
Stimulering van de vraag naar waterstof
Het centrale probleem is dat vraag en aanbod elkaar nog onvoldoende vinden. Producenten aarzelen om investeringsbeslissingen te nemen zolang ze geen zekerheid hebben dat er afnemers zijn. Tegelijkertijd wachten afnemers met contracten totdat de prijzen concurrerend zijn. 'In alle scenario's maakt waterstof onderdeel uit van het energiesysteem van de toekomst. De betaalbaarheid van waterstof staat op korte termijn onder druk. CO2-arme waterstof en stimulering van de vraag zijn belangrijke elementen om de markt op gang te brengen, net als versimpeling van de spelregels in de eerste jaren van de marktontwikkeling', aldus Botter.
De eerste stap is het moeilijkste, meent Botter. 'Er zijn veel partijen die kleinere volumes waterstof willen afnemen, maar die hoeveelheden zijn op zichzelf niet genoeg om grote investeringsbeslissingen bij RWE en Equinor te verantwoorden. Als we eenmaal een aantal grotere producenten en afnemers hebben om de keten te sluiten, dan wordt het voor kleinere partijen makkelijker om aan te haken.'
Tegenstrijdige belangen in de keten
René Schutte van HyNorth, een stichting die fungeert als ketenregisseur, spreekt van een complexe situatie. 'De belangen in de keten zijn vaak tegenstrijdig. Een producent heeft een hoge prijs nodig vanwege de forse investeringen, terwijl afnemers zich juist geen grote prijsverschillen met aardgas kunnen veroorloven.'
Ook de tijdslijnen van verschillende partijen lopen niet synchroon. 'Bedrijven die infrastructuur aanleggen kijken 20 jaar vooruit, productie kijkt 10 jaar vooruit, afnemers kijken 3 tot 7 jaar vooruit', legt Schutte uit. 'We moeten dus grote volumes voor transport ontwikkelen, iets kleinere volumes voor productie, en nog kleinere volumes voor afname.'
Schutte pleit voor overheidssteun om lange termijn productiecontracten op te breken in kleinere, kortere termijn afnamecontracten. 'Wat RWE en Equinor aanbieden, kunnen maar heel weinig partijen hebben. Dat kip-ei-probleem moet overbrugd worden. De overheid moet risico's overnemen, wat niet per se betekent dat het geld gaat kosten.'
Overheidssteun voor laatste zetje
De waterstofketen in Noord-Nederland komt langzaam op gang. De infrastructuur wordt gebouwd. Producenten wachten op afnemers, afnemers wachten op betaalbare waterstof, en beide partijen hebben te maken met onzekerheid over subsidieregelingen en tarieven.
Voor de laatste zetjes is overheidssteun nodig, want de prijskloof moet gedicht worden. Nog meer vertraging bij de verduurzaming van de industrie zou zonde zijn, meent Schutte: 'We hebben geen keus. De wereld moet leefbaar blijven.'
Lees ook het uitgebreide artikel over de ontwikkeling van de waterstofketen in Noord Nederland op de website van Gasunie.
Nieuws & kennis
17 september 2026
Oosterhout bundelt krachten voor waterstof op Weststad
4 september 2026
Volgende stap Waterstofnetwerk Limburg: onderzoeksplan ter inzage
28 augustus 2026
Werkterrein en uitlegstrook: welke ruimte is er nodig voor het aanleggen van een waterstofleiding?